Planet Interim Index 2025 laat zien hoe de interimmarkt zich herordent: beperkt herstel in opdrachtvolume,
scherpere verschillen per vakgebied en een opvallende concentratie van professionele interesse.
Herstel aan de vraagkant, selectiever gedrag aan de aanbodkant
Na de terugval in 2024 herstelt het aantal interim opdrachten in 2025 met circa 6,6 procent. 2023 blijft het
piekjaar in de indexlijn, maar de dip van 2024 blijkt geen breuk: organisaties blijven tijdelijke expertise inzetten,
alleen gerichter. In de data zie je dat terug in meer nadruk op afbakening, senioriteit en “fit” op een opdracht,
in plaats van bulkreacties op brede rollen.
Figuur 1. Ontwikkeling aantal interim opdrachten (indexlijn).
Tegelijkertijd neemt de interesse van professionals om zich op Planet Interim te registreren met 42 procent toe ten opzichte van 2024. Dat contrasteert met het macrobeeld waarin CBS rapporteert dat er in Q4 2025 7,7 procent minder mensen waren voor wie werken als zelfstandige de belangrijkste inkomstenbron is, terwijl ook het aantal door zelfstandigen gewerkte uren licht afneemt met 1%. Dit wijst minder op groei van de zzp-markt en meer op herverdeling: professionals oriënteren zich breder en kiezen selectiever hun kanalen om zichtbaar te zijn in een markt waarin opdrachtgevers scherper selecteren.
De sterke groei in professionele instroom moet daarom nadrukkelijk worden gelezen als toename in interesse en heroriëntatie, niet als bewijs van groeiende zelfstandige arbeid. Inschrijvingen en daadwerkelijke inzet zijn twee verschillende meetwerelden die in 2025 duidelijk uit elkaar lopen: meer zichtbaarheid en oriëntatie aan de aanbodkant, tegenover een dalend volume aan zelfstandige arbeid in uren en aantallen.
Verschillen per vakgebied worden scherper
Achter het gemiddelde herstel zitten duidelijke verschuivingen. In 2025 groeit de vraag vooral in domeinen waar projectmatige inzet en specialistische expertise logisch blijven. Tegelijk zie je dat segmenten die sterk leunen op structurele bezetting en uitvoeringscapaciteit minder goed passen bij directe zzp-inhuur. In die delen van de markt blijft de behoefte aan tijdelijke inzet bestaan, maar verandert het organisatiemodel: opdrachtgevers kiezen daar vaker voor interim oplossingen via detacheerders of andere staffingconstructies, mede uit compliance- en risicoperspectief. Het gevolg is dat het volume aan klassieke zzp-interim opdrachten in deze segmenten relatief sneller afneemt, terwijl de onderliggende behoefte aan flexibiliteit niet verdwijnt maar anders wordt ingevuld.
Aan de aanbodkant is de beweging duidelijk ongelijk verdeeld. De instroom van professionals neemt in 2025 niet breed toe, maar concentreert zich in een beperkt aantal vakgebieden. Dat verschil is cruciaal voor de marktdynamiek. In domeinen waar de instroom veel sneller groeit dan het aantal opdrachten, zoals Finance, IT en Bouw & Techniek, neemt de concurrentiedruk zichtbaar toe en wordt het gemiddelde profiel sneller vervangbaar. In andere vakgebieden, zoals Marketing of delen van Directie en Strategie, blijft de instroom juist achter bij de vraag, waardoor frictie eerder ontstaat in doorlooptijd en in het vinden van het juiste niveau of specialisme.
Figuur 4 laat daarmee zien dat schaarste en overvloed in 2025 niet vakgebiedbreed zijn, maar sterk samenhangen met roltype, senioriteit en context. Die verschillen worden concreet zichtbaar in de zes vakgebieden die hierna worden uitgelicht, waar vraag, instroom en tariefdynamiek elk een eigen patroon laten zien.
Zes vakgebieden uitgelicht
Information Technology
Vraag: +6% · Interesse professionals: +25% · Tariefspanning: structurele gap, niches bewegen sneller
IT laat in 2025 een scherp spanningsveld zien: de vraag groeit beperkt, terwijl de instroom van professionals veel harder stijgt. Daardoor is “IT” als totaal minder voorspelbaar dan het cliché van schaarste. In brede functiegroepen blijft het volume groot, maar de echte beweging zit in niches waar security, auditability en governance zwaarder wegen. In Testing, Audit en Security stijgen indicatieve tarieven (bijvoorbeeld 90 naar 96) en lopen ook wenstarieven op (109 naar 114). De richting is gelijk, maar de afstand blijft bestaan.
Voor professionals
Bij een instroom die veel sneller groeit dan de vraag (+25% versus +6%) wordt een generiek IT-profiel sneller vervangbaar. De data wijst erop dat tariefruimte en betere doorstroom vooral ontstaan in niches. Professionals met aantoonbare ervaring in security, testing/audit, data of senior business analysis sluiten beter aan op het segment waar indicaties daadwerkelijk bewegen.
Voor opdrachtgevers
In brede IT-rollen zorgt de hogere instroom voor keuze, maar in niches met oplopende indicaties wordt scherpte in scope en senioriteit cruciaal. Een indicatie die “breed” is terwijl het gevraagde niveau “smal” is, trekt vooral ruis aan: veel reacties met lagere fit en een langere selectie. In 2025 wordt het verschil binnen IT minder bepaald door de titel en meer door afbakening en context.
Directie en Strategie
Vraag: +4% · Interesse professionals: +6% · Tariefspanning: stabiel, structurele afstand blijft
Dit vakgebied is in 2025 relatief stabiel: vraag en instroom bewegen dicht bij elkaar. Het volume wordt vooral gedragen door programma en projectmanagement en door verander en regierollen. Tariefmatig lopen wenstarief en indicatie grofweg gelijk op, waardoor de afstand niet kleiner wordt maar ook niet ontspoort. In segment bewegen tariefverwachtingen langzaam omdat rolzwaarte en verantwoordelijkheid redelijk constant zijn.
Voor professionals
Het onderscheid zit steeds minder in een functietitel en steeds meer in scope en ervaring. Dezelfde titel kan in de praktijk uiteenlopen van een uitvoerende projectrol binnen vaste kaders tot een zware regie- of transitiemanager met mandaat, budgetverantwoordelijkheid en bestuurlijke impact. Niet zozeer algemene ervaring of senioriteit bepalen de matchkans, maar aantoonbare resultaten in een vergelijkbare context: schaal, complexiteit, stakeholderveld en beslissingsruimte.
Voor opdrachtgevers
Er is geen volumeschok, maar wel een structurele tariefafstand. Wie senior regierollen zoekt, moet expliciet zijn over mandaat, deliverables en stakeholdercomplexiteit. Dat bepaalt direct welk segment reageert en of je indicatie als realistisch wordt ervaren.
Finance, Banking en Insurance
Vraag: +4% · Interesse professionals: +32% · Tariefspanning: groot verschil tussen generiek en niche
Finance is in 2025 sterk competitief: instroom groeit veel harder dan de vraag. Dat levert geen breed tariefherstel op, maar lokale beweging in niches. Riskmanagement springt eruit: indicatief tarief stijgt (57 naar 72) en wenstarief stijgt mee (109 naar 116). Dat wijst op een eigen dynamiek in toezicht, risk en governance, los van het gemiddelde Finance beeld.
Voor professionals
Bij +32% instroom en slechts +4% groei in vraag wordt concurrentie vooral voelbaar voor generieke financeprofielen. De data laat zien dat tariefruimte en daadwerkelijke doorstroom zich concentreren in specifieke subdomeinen, zoals risk, toezicht en senior sturing. De marktpositie wordt daarmee minder bepaald door het label Finance en steeds meer door niche, rolzwaarte en niveau.
Voor opdrachtgevers
In uitvoerende finance rollen is meer prijsdruk statistisch logisch door de instroom. In risk en senior profielen werkt dat anders: daar moet je sneller marktconform indiceren en scherp zijn op context. Als level en omgeving niet duidelijk zijn, trek je in 2025 extra snel het verkeerde segment aan.
Bouw en Techniek
Vraag: +3% · Interesse professionals: +37% · Tariefspanning: convergentie door dalende wens en stijgende indicatie
Bouw en Techniek is interessant omdat de tarieven naar elkaar toe bewegen: wenstarief daalt (111 naar 106, -4,5%) terwijl indicaties stijgen (85 naar 89, +4,7%). In combinatie met de hoge instroom (+37%) wijst dat op een markt waar professionals gemiddeld realistischer positioneren, terwijl opdrachtgevers voor specifieke projecten iets meer ruimte geven in indicatie. Netto zie je minder opwaartse tariefdruk en vooral een kleinere gap.
Voor professionals
Met +37% instroom bij +3% vraag neemt de concurrentiedruk toe, vooral in het middensegment. Tegelijk bewegen indicatieve tarieven omhoog, wat wijst op vraag naar zwaardere projecten. Professionals die aantoonbaar actief zijn op complexe projecten, met bijpassende scope en certificering, sluiten beter aan op het deel van de markt waar de indicaties daadwerkelijk stijgen.
Voor opdrachtgevers
Meer instroom geeft keuze, maar de convergentie suggereert ook een bredere middengroep. Als je het verschil tussen mid en senior niet expliciet maakt, krijg je veel reacties die op papier kloppen maar inhoudelijk net niet. In 2025 wordt het onderscheid vaker gemaakt op aantoonbare ervaring in vergelijkbare projecten dan op titel.
Marketing, Sales en Communicatie
Vraag: +4% · Interesse professionals: -4% · Tariefspanning: gemiddelden kunnen vertekenen door rolmix
Dit vakgebied laat het omgekeerde beeld zien: vraag groeit, maar instroom neemt af. Tegelijk kunnen gemiddelden snel vertekenen door rolmix. In jouw cijfers stijgt het indicatieve tarief op vakgebiedniveau sterk (75 naar 94, +25,3%) terwijl het wenstarief gematigder stijgt (99 naar 103, +4,0%). Dat past bij een mix effect: relatief meer specialistische rollen of een kleinere groep opdrachten met hogere indicaties, zonder dat het hele domein ineens duurder wordt.
Voor professionals
Een dalende instroom (-4%) bij groeiende vraag (+4%) wijst op toenemende krapte, maar deze is niet gelijkmatig binnen het hele vakgebied te zien. De spanning concentreert zich in specifieke specialismen en zwaardere roltypes, terwijl andere delen van het domein nauwelijks meebewegen. Gemiddelden worden daardoor sterk beïnvloed door een beperkt aantal zwaardere opdrachten. Profilering op rolinhoud, output en context weegt in 2025 zwaarder dan brede ervaring binnen het domein.
Voor opdrachtgevers
Het risico op tariefmismatch neemt toe wanneer één tariefindicatie wordt gebruikt voor inhoudelijk verschillende marketingrollen. Een tijdelijke vervanging, een specialistische opdracht met duidelijke output en een strategische positioneringsrol vragen elk een ander niveau en prijs. Door vooraf expliciet te maken of de opdracht draait om output, kanaal en bereik, positionering of tijdelijke functievervulling, verklein je ruis in reacties en krijg je een beter passend kandidatenveld.
Sociaal Domein
Vraag: +8% · Interesse professionals: +44% · Tariefspanning: indicaties boven wens, uitzonderlijk patroon
Het Sociaal Domein springt er in 2025 duidelijk uit. Zowel de vraag (+8%) als de professionele instroom (+44%) groeit stevig, maar niet in dezelfde verhouding.
Tegelijk laat het tariefbeeld een uitzonderlijk patroon zien: indicatieve tarieven liggen gemiddeld boven het wenstarief.
Dat is geen generiek signaal van “duurdere professionals”, maar wijst vooral op een verschuiving in de rolmix.
Binnen dit vakgebied neemt het aandeel beleids-, programma- en managementrollen toe, waardoor het gemiddelde indicatieve tarief sterk oploopt,
terwijl het gemiddelde wenstarief van professionals slechts beperkt meebeweegt.
Zonder uitsplitsing naar functiegroep en scope wordt het gemiddelde daardoor snel misleidend.
Voor professionals
De sterke instroom (+44%) betekent dat concurrentie reëel is, ondanks groeiende vraag.
Tegelijkertijd wordt een steeds groter deel van het opdrachtvolume gedreven door zwaardere rollen op beleids-,
programma- of managementniveau.
Professionals die hun rolzwaarte, mandaat en impact concreet kunnen onderbouwen,
sluiten beter aan op het segment waar de indicaties stijgen dan profielen die zich primair uitvoerend positioneren.
Voor opdrachtgevers
Het risico zit in dit domein minder in te laag indiceren en meer in het verkeerd afgeven van signalen.
Als rolzwaarte, verantwoordelijkheden en context onvoldoende scherp zijn,
interpreteren professionals dezelfde indicatie op uiteenlopende niveaus.
Heldere afbakening van mandaat, deliverables en bestuurlijke context is daarom cruciaal om reacties te krijgen
die inhoudelijk en tariefmatig passen bij de beoogde rol.
Sectorconcentratie aan de aanbodkant
Let op: dit gaat over sectoren (branche/omgeving van de opdrachtgever), niet over vakgebieden (het type rol of expertise zoals IT, Finance, Legal, etc.) dat we hiervoor hebben besproken. Een interim opdracht in het vakgebied Finance kan bijvoorbeeld prima in de sector Overheid vallen. Sector en vakgebied lopen dus door elkaar heen en meten iets anders.
In deze sectoranalyse zie je een scherpe concentratie aan de vraagkant: het cluster Publieke sector en semipubliek is goed voor circa 62,7 procent van alle opdrachten, terwijl dit cluster circa 20,3 procent van de instroom van professionals vertegenwoordigt. Dat wijst op een structureel groot opdrachtvolume in dit cluster, zonder dat de instroom in dezelfde verhouding meebeweegt.
Aan de aanbodkant is het beeld juist breder verdeeld. De instroom clustert vooral in Industrie, energie en fysieke infrastructuur (circa 33,9 procent van de instroom) en daarnaast in Publiek en semipubliek (20,3 procent). Zakelijke dienstverlening en consultancy (12,6 procent) en Consument, media en leisure (11,1 procent) leveren samen ook een stevig deel van de instroom, terwijl hun aandeel in opdrachten relatief klein blijft (respectievelijk 2,7 en 3,1 procent). Dat duidt op bovengemiddelde concurrentie in die clusters: er bewegen relatief veel professionals, maar het opdrachtvolume is daar beperkt.
ICT, data en digitale diensten is een aparte case: het aandeel in instroom (7,6 procent) ligt duidelijk boven het aandeel in opdrachten (3,5 procent). Dat betekent niet automatisch dat er “te veel” IT-professionals zijn, maar wel dat de instroom via Planet Interim in dit cluster relatief hoog is ten opzichte van het opdrachtvolume dat in dit sectorcluster zichtbaar wordt. Het kan ook betekenen dat digitale profielen zich in meerdere sectoren aanbieden en niet één-op-één terugkomen in het ICT-sectorcluster.
Tot slot is Financieel en juridisch gematigd scheef: circa 14,4 procent instroom tegenover 9,2 procent opdrachten. Ook hier geldt dat dit meer zegt over verdeling en concurrentiedruk per sectorcluster dan over tariefniveau of individuele onderhandelingspositie.
Belangrijk in de interpretatie is dat deze sectorverdeling hetzelfde spanningsveld raakt als het macrobeeld rond zelfstandige arbeid: instroom en zichtbaarheid (oriëntatie) zijn niet hetzelfde als daadwerkelijk opdrachtenvolume of inzet in uren. Juist doordat opdrachtgevers scherper selecteren, zie je dat professionals zich vaker en bewuster positioneren, terwijl de totale markt in aantallen en uren niet automatisch meegroeit. Door instroom en opdrachten naast elkaar te leggen, maak je frictie en mismatch zichtbaar, zonder er direct tarief- of onderhandelingsconclusies aan te hangen.
Aandeel per cluster in totaal (percentages)
Belangrijk om goed te lezen
De twee balken meten verschillende dingen. 'Opdrachten' is het aandeel van het totale aantal op Planet Interim gepresenteerde interim opdrachten per sectorcluster.
'Professionals' is het aandeel van de totale instroom: professionals die zich inschreven en daarmee interesse toonden. Het zijn dus twee verschillende populaties, maar wel goed vergelijkbaar als verdeling binnen hun eigen totaal.
Opdrachten (aandeel van totaal aantal opdrachten)
Professionals (aandeel van totale instroom)
Publieke sector & semipubliek
Jobs 62,7% · Pros 20,3%
Opdrachten
62,7%
Professionals
20,3%
Industrie, energie & fysieke infrastructuur
Jobs 24,4% · Pros 33,9%
Opdrachten
24,4%
Professionals
33,9%
ICT, data & digitale diensten
Jobs 3,5% · Pros 7,6%
Opdrachten
3,5%
Professionals
7,6%
Financieel & juridisch
Jobs 9,2% · Pros 14,4%
Opdrachten
9,2%
Professionals
14,4%
Zakelijke dienstverlening & consultancy
Jobs 2,7% · Pros 12,6%
Opdrachten
2,7%
Professionals
12,6%
Consument, media & leisure
Jobs 3,1% · Pros 11,1%
Opdrachten
3,1%
Professionals
11,1%
Conclusie
De Planet Interim Index 2025 laat een interimmarkt zien die zich herordent. Na de terugval van 2024 herstelt het aantal interim opdrachten beperkt (+6,6%), terwijl de professionele instroom en zichtbaarheid sterk toenemen (+42%). Dat contrast past bij het macrobeeld uit CBS-data: ondanks economische groei neemt het aantal mensen af voor wie zzp-werk de hoofdinkomstenbron is en worden er minder uren als zelfstandige gewerkt. Tegelijk zijn meer professionals actief bezig met heroriëntatie en zichtbaarheid. De kernbeweging in 2025 was daarmee niet dat er meer zelfstandige arbeid plaatsvindt, maar dat professionals selectiever bepalen waar en onder welke voorwaarden zij nog zichtbaar en inzetbaar willen zijn.
Binnen vakgebieden wordt die verschuiving concreet. Waar instroom sneller groeit dan het opdrachtvolume, neemt de concurrentiedruk toe en verliest het generieke profiel aan waarde.
Waar vraag groeit terwijl instroom achterblijft, ontstaan juist fricties in doorlooptijd en beschikbaarheid van het juiste niveau.
Tariefbewegingen concentreren zich daarbij niet in het gemiddelde, maar in specifieke roltypes en niches zoals governance, risk, security en zwaardere project- en regierollen.
Het vakgebiedlabel verliest verklaringskracht; rolinhoud, scope en senioriteit winnen die.
De sectoranalyse bevestigt dit beeld vanuit een andere invalshoek. In Publiek en semipubliek concentreert het opdrachtvolume zich sterk,
terwijl de instroom daar relatief minder hard meebeweegt. In sectoren als zakelijke dienstverlening, consultancy en consumentgerichte omgevingen is het beeld omgekeerd:
veel instroom bij beperkt opdrachtvolume. Dat wijst op structurele scheefstand tussen waar professionals zich positioneren en waar de vraag daadwerkelijk zit,
met bovengemiddelde concurrentie in sommige sectoren en frictie in andere.
De cijfers van 2025 tonen daarmee geen markt die verdwijnt, maar een markt die strenger selecteert.
Niet iedereen raakt minder aan het werk, maar wel steeds minder op dezelfde manier.
2025 markeert geen einde van interimwerk, maar een omslagpunt waarin scherpte wordt beloond en vaagheid wordt afgestraft.
Wie deze markt wil begrijpen, kijkt minder naar totalen en gemiddelden, en meer naar verdeling, rolmix en gedrag binnen specifieke segmenten.
Lees ook:
Bronnen
-
ZiPconomy (februari 2026)
en
ZiPconomy (januari 2026)
– journalistieke analyse en duiding van recente CBS-cijfers over zelfstandige arbeid, inclusief nuance tussen dalende aantallen zelfstandigen, afnemende gewerkte uren en een groeiende economie.
-
Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS)
– StatLine en publicaties over arbeidsmarktpositie zelfstandigen, primaire inkomstenbron, gewerkte uren en sectorale verdeling (Q4 2024 en Q4 2025).
-
Centraal Planbureau (CPB)
– macro-economische ramingen en arbeidsmarktverwachtingen die in CBS- en ZiPconomy-analyses worden aangehaald.
-
Kamer van Koophandel (KvK)
– registratiedata over het aantal ingeschreven zelfstandigen, gebruikt ter context en vergelijking met CBS-definities.
-
Planet Interim Index 2024 en 2025 – eigen data-analyse op basis van verzamelde interim opdrachten, professionele instroom (interesse/inschrijvingen), vakgebied- en functiegroepindeling, sectorclustering, en ontwikkeling van indicatieve tarieven en wenstarieven.